Ik ga trouwen! Wat nu!? Hoe omgaan met angst om jezelf uit het oog te verliezen, volgens Nina Mouton

Ga jij trouwen -of ben je getrouwd- en ben je bang om jezelf en je eigen identiteit uit het oog te verliezen? Wij interviewden klinisch psycholoog en psychotherapeut Nina Mouton over hoe je kan omgaan met die angst, en hoe je die kan verklaren aan de hand van de verschillende ‘hechtingsstijlen’. Ontdek in dit artikel Nina’s advies voor hoe je samen én individueel aan jouw angst kan werken - om te blijven groeien in jullie relatie of huwelijk en om een veilig nest te creëren.

Foto (boven): Wedding Planner: C Events - Fotograaf: LUX Visual Storytellers

Artikel in samenwerking met Nina Mouton

Ben je bang om jezelf uit het oog te verliezen?

Het is helemaal normaal om een beetje cold feet voor je trouw te hebben; om de nood te hebben om je eigen identiteit te behouden in je relatie of huwelijk, voldoende tijd voor jezelf te willen én ook voldoende gezamenlijke interesses met je partner te willen delen.

Voel je daarentegen een heuse angst om jezelf te verliezen in je relatie of huwelijk, dan heb je waarschijnlijk een ‘vermijdende’ hechtingsstijl. Nina schetst: “Sommige mensen zijn zodanig bang om zichzelf te verliezen, dat ze zich niet helemaal kunnen en durven geven in hun huwelijk. Ze laten steeds ergens een achterpoortje open, omdat ze niet het gevoel willen hebben ‘vast te zitten’. Als jij je herkent in deze angst, is het zeker interessant om deze met je partner en/of een psycholoog te bespreken.”

De vier hechtingsstijlen

Volgens Nina spreekt de psychologie over vier hechtingsstijlen:

  • Veilige hechting: Personen die uit een veilig en warm nest komen, voldoende autonomie kregen om zichzelf te ontwikkelen en toch altijd een volwassene hadden om hen op te vangen als het nodig was, noemen we ‘veilig gehecht’. Ze kunnen om met feedback, staan dicht bij zichzelf, zijn zelfzeker en veerkrachtig. Ze zijn ‘krachtig kwetsbaar’.
  • Angstige hechting: Komt iemand uit een ‘onveiliger’ nest, dan spreken we over ‘angstig gehecht’ zijn. Er werd inconsequent op hun noden als kind gereageerd, en ze voelden zich vaak in de steek gelaten. Angstig gehechte personen hebben verlatingsangst en nood aan bevestiging. Ze willen niet alleen zijn, gaan (te) ver in relaties en doen er alles aan om hun partner bij zich te houden. Ze voelen hun emoties goed aan, maar deze kunnen hen ook overweldigen.
  • Vermijdende hechting: Personen die ‘vermijdend gehecht’ zijn komen ook uit een onveilig nest. Zij staan onafhankelijk in het leven, willen autonoom zijn en enkel op zichzelf rekenen, aangezien ze vroeger niemand hadden om hen op te vangen. Ze hebben geleerd zich sterk voor te doen, staan niet in contact met hun emoties en zijn doorzetters. In relaties zijn ze bang om hun autonomie volledig te verliezen, wat leidt tot die zogenaamde ‘bindingsangst’.
  • Gedesorganiseerde hechting: Deze laatste categorie heeft zowel ‘vermijdende’ als ‘verlatingsangstige’ kenmerken. Slechts vijf procent van de mensen valt hieronder. Deze hechtingsstijl komt vaak voort uit een verleden van zware trauma’s.
Foto: Fotograaf: Portretmaker

Opposites attract

Terwijl twee vermijdend gehechte personen eerder een relatie of huwelijk zullen vermijden, en angstig gehechten beiden (te) veel emoties zullen meebrengen, trekken de tegenpolen ‘vermijdend’ en ‘angstig’ elkaar vaak aan. Nina licht toe: “Een angstig gehecht persoon gaat meestal de relatie initiëren, en neemt de vermijdend gehechte persoon hierin mee. Deze tegenpolen kijken naar elkaar op, waarbij de ene denkt: “Jij bent zo sterk en kan dat allemaal alleen.”, terwijl de andere denkt: Jij kan hulp toelaten; ik zal je wel helpen. Deze personen vullen elkaar enorm goed aan. Het feit dat ze tegenpolen zijn, kan echter soms ook een bron van frustraties worden. De angstige persoon gaat de ander ‘achtervolgen’, waardoor de vermijdende een stap achteruit neemt. Dit blijft gaan in een hechtingsdans van weglopen en achtervolgen, van bindingsangst en verlatingsangst. Dat kan enorm veel energie kosten en leidt -opnieuw- tot een onveilig nest. Wat iemand zag in diens eerste relatie met zijn of haar ouders, wordt vaak herhaald...

Trouwen geeft de verlatingsangstige misschien een (vals) gevoel van veiligheid. Nina: “Die wil alsmaar verder gaan in de relatie, maar ook getrouwd kan er nog steeds een scheiding volgen. Eigenlijk dien je als angstig gehechte persoon los te laten dat de andere persoon ‘van jou’ is. Je kan een ander niet bezitten; met die gedachtegang krijg je een toxische relatie. De bindingsangstige zal proberen weglopen, en de verbinding proberen te vertragen. Hoe groter de druk, hoe meer die een stap terug zal nemen en zal denken: ‘Zo wil ik zeker niet trouwen.’”

Blijven staan om verder te gaan

Eigenlijk zijn de angstig gehechte en vermijdend gehechte persoon allebei in essentie bang. Deze angst staat niet in steen gebeiteld en kan ook veranderen. Nina: “In je vorige relatie was je misschien bindingsangstig, terwijl je nu verlatingsangst hebt. Welke dynamiek speelt er bij jullie? Het kan zijn dat de rollen omdraaien. Als je telkens dezelfde dynamiek ziet, kan je daar actief aan werken. Hoe? Door niet meer weg te lopen en te volgen; dat is eindeloos. Eigenlijk dien je allebei te blijven staan, je angst onder ogen te komen en erover te praten: Wat heb ik nodig, wat heb jij nodig en hoe gaan we samen aan onze angst werken? Als jullie er allebei voor open staan om aan een veilige relatie of huwelijk te werken, dan verzet je zó veel werk. Je bouwt samen aan een veilig nest - als jullie (later) kinderen hebben, is dat ook voor hen een enorme sterkte.”

Trouwen, samenwonen of kinderen hebben zal je angst dus niet oplossen, maar je kan je relatie of huwelijk wél veiliger maken - vooral door persoonlijk -en samen- werk te verzetten. Nina: “Weet daarbij dat het absoluut geen schande is om in relatietherapie te gaan, ook als verloofd of pasgetrouwd koppel. Veel mensen zijn hier bang voor en denken: Oei, we zijn nog maar net getrouwd -of nog niet- en gaan ‘al’ in relatietherapie... Het maakt echter niet uit in welke stap van de relatie je in therapie gaat. In tegendeel, het zal jullie in elke stap vooruit helpen.”

Foto: Fotograaf: Frédéric Rochefort Photographe

Over Nina Mouton

Nina Mouton is een klinisch psycholoog, psychotherapeut, auteur, spreker, columnist, mildheidsdeskundige, creatief denker en mama. Ze is dé autoriteit op vlak van zelfzorg en mild ouderschap - onderwerpen waar ze meerdere bestseller boeken over schreef en online trajecten rond creëerde. Voor Nina is zelfzorg het begin van alles: “Je kan pas echt verbinden met jezelf en anderen om je heen, als je voor jezelf kan zorgen. Daar begint het. En daarvoor is het nodig dat we onszelf écht kennen.”

Lees meer over dit onderwerp via deze links:

Schrijf je in en ontvang onze nieuwsbrief met inspiratie, ideeën, trends, tips en tricks en nog veel meer.